Onderzoek Zomerscholen 2015: Zomerscholen hebben een blijvend duurzaam effect

3 maart 2016

Om zicht te krijgen op het verloop van de zomerscholen 2015 en de succes- en faalfactoren daarvan, is door Regioplan en de Rijksuniversiteit Groningen een procesevaluatie en een effectonderzoek naar de zomerscholen 2015 uitgevoerd.

Uit het onderzoek blijkt dat 83% van de deelnemende leerlingen na de zomerschool alsnog bevorderd is naar het volgende schooljaar. Ook is het langetermijneffect van de zomerschool onderzocht. Van de leerlingen die in 2014 deelnamen aan de pilot, is 68% in 2015 wederom bevorderd of geslaagd voor het eindexamen. Voor hen heeft de interventie een duurzaam effect over één jaar. Het effect over twee jaar is in kaart gebracht door de leerlingen die succesvol hebben deelgenomen aan de pilot in 2013 te volgen. Van de groep die in 2013-2014 wederom bevorderd was, heeft 79% ook het schooljaar 2014-2015 ook succesvol afgesloten.

In het rapport worden de succes- en faalfactoren van de zomerscholen 2015 uiteengezet. Ten aanzien van de voorbereiding komen er vooral positieve geluiden naar voren over het verloop van het samenstellen van de groepen, het committeren van ouders en leerlingen en het maken van afspraken over het bevorderen van leerlingen. Ook de samenwerking tussen de school en externe partij(en) wordt door zowel interne als externe coördinatoren regelmatig als succesfactor benoemd. Wat betreft de uitvoering van de zomerscholen zijn de verschillende respondenten veelal positief over de motivatie van de leerlingen, het groepsproces en de sfeer tijdens de zomerschool. De duur van de zomerschool en de kwaliteit van de toetsing zijn volgens de coördinatoren tevens succesfactoren. Leerlingen en ouders benoemen de goede begeleiding door enthousiaste docenten en de geboden kans om tekorten in te halen als positieve punten.

De aspecten die tijdens de voorbereiding volgens de verschillende respondenten niet goed zijn verlopen hebben vooral te maken met tijdsdruk. Het voorbereiden van de zomerschool kost tijd, maar die is er niet altijd. Een belangrijke oorzaak is dat bijvoorbeeld tijdens de laatste rapportvergadering vaak pas besloten wordt welke leerlingen deelnemen en welke docenten worden ingezet. Bovendien worden het niet op tijd of incompleet aanleveren van lesstof en toetsen en de niet altijd optimale overdracht van gegevens van leerlingen en van de lesstof genoemd als kritische punten. Ten aanzien van de uitvoering vinden respondenten dat de aanlevering en kwaliteit van de lesstof minder goed is verlopen. De lesstof ontbreekt soms, is van slechte kwaliteit en soms te veel. Ouders noemen het te laat of te summier verstekken van informatie over de zomerschool als kritiekpunt.

Zie ook het rapport Procesevaluatie en Effectonderzoek zomerscholen tegen zittenblijven van Regioplan en de Rijksuniversiteit Groningen.

Deel: